SHANK3-variant
Soms ontbreekt er geen stukje van chromosoom 22. Dan zit er een kleine fout in het SHANK3-gen zelf. Ook dan heeft je kind het Phelan-McDermid-syndroom.
Wat is het SHANK3-gen?
Het SHANK3-gen bevat de instructies om een eiwit te maken. Dat eiwit is heel belangrijk voor de verbindingen tussen hersencellen (synapsen). Werkt dit gen niet goed? Dan heeft dat gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen.
We hebben van elk gen twee exemplaren: één van de moeder en één van de vader. Bij een SHANK3-variant zit er een kleine fout in een van die twee exemplaren. Eén werkend exemplaar is niet genoeg. Daardoor ontstaat het syndroom. Dat noemen we haplo-insufficiëntie.
Wat is het verschil met een deletie?
Bij de meest voorkomende vorm van het syndroom ontbreekt er een stuk van chromosoom 22, met het SHANK3-gen erin. Dat heet een deletie. Bij een SHANK3-variant is het chromosoom wel compleet. Maar het SHANK3-gen zelf heeft een kleine fout. Die fout heet ook wel een puntmutatie. Het gen is er dus nog, maar het werkt niet goed.
Hoe ontstaat het?
Net als een deletie is een SHANK3-variant meestal nieuw ontstaan (de novo). Je kind heeft het dan niet van de ouders geërfd. Soms is het wel erfelijk. Erfelijkheidsadvies bij een klinisch geneticus geeft hierover duidelijkheid.
Zijn de kenmerken anders?
De kern is hetzelfde: in beide gevallen werkt het SHANK3-gen niet goed. De verschijnselen lijken daarom op elkaar. Toch noemt de ERN-ITHACA-richtlijn een paar verschillen:
- Een ernstige achterstand in de spraak komt iets minder vaak voor: bij ongeveer 7 op de 10 (bij een deletie tot 95 op de 100)
- Hyperactiviteit en slaapproblemen lijken vaker voor te komen bij een SHANK3-variant
- Lymfoedeem en nierafwijkingen zijn bij deze vorm niet gemeld
Maar ook hier geldt: elk kind is anders. De kenmerken verschillen sterk per persoon.
Hoe wordt het vastgesteld?
Een SHANK3-variant wordt niet gevonden met een gewone chromosomenarray. Daarvoor is DNA-onderzoek van het SHANK3-gen nodig. Die test leest het SHANK3-gen heel precies. Ook exoomonderzoek kan de variant vinden. Dat is onderzoek van bijna alle genen tegelijk. Laat de array geen deletie zien, maar wijzen de verschijnselen wel op het syndroom? Dan kan de arts extra DNA-onderzoek van het SHANK3-gen aanvragen.
Bron
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de officiële klinische richtlijn van ERN-ITHACA.
ERN-ITHACA: richtlijn voor het Phelan-McDermid-syndroom (Engels)